Gemeentelijke monumenten

Of een pand kan worden aangewezen als monument hangt van een aantal voorwaarden af.

Aan welke waarden moet een pand aan voldoen om als monument te worden aangewezen?

  • Cultuurhistorische waarde (vanuit historische stedenbouw, historie van object/complex, etc.).
  • Architectuurhistorische waarde (als uiting van een specifieke bouwstijl).
  • Ensemblewaarde en situationele waarde (als onderdeel van een groot complex, of door de onderlinge samenhang van onderdelen binnen een kleiner complex).
  • Krijgshistorische waarde (bij militaire objecten).
  • Karakteristiek/representativiteit voor bijvoorbeeld oorspronkelijke functie of bouwstijl.
  • Gaafheid van hoofdvorm en/of bouwkundige detaillering.

Gemeentelijke monumenten zijn door het college van B&W aangewezen. Tenzij expliciet anders vermeld, geldt de bescherming zowel voor het interieur als het exterieur. De  procedure voor het aanwijzen van gemeentelijke monumenten is geregeld in de gemeentelijke Erfgoedverordening. Belanghebbenden kunnen ook zelf een pand of object voordragen om aangewezen te worden als gemeentelijk monument. Neem hiervoor contact met de beleidsadviseur Monumenten, Archeologie en Cultuurhistorie.
Voor het veranderen of verbouwen van een gemeentelijk monument of een pand binnen een beschermd dorpsgezicht, is meestal een omgevingsvergunning voor het onderdeel monumenten nodig.

Het gaat hierbij dan voornamelijk om woonhuizen en (voormalige) winkelpanden in de oude kernen Jutphaas en Vreeswijk en boerderijen langs de oude ontginningsassen Overeindseweg, de Malapertweg en Nedereindseweg. Uitzonderingen hierop zijn bijvoorbeeld De pachtboerderij Vreeswijksestraatweg 10 (horende bij kasteel Oudegein), de sluis in de Doorslag, het St. Elisabethshofje aan het Kerkveld, de Voormalige Openbare Lagere School Jutphaas (Kerkstraat 38-50), en bijgebouwen zoals de Kosterswoning naast de St. Nicolaaskerk, en de onderwijzerswoning naast de Nicolaasschool, beide aan de Utrechtsestraatweg.

Een deel van de Utrechtsestraatweg is bij uitstek monumentaal. Tussen 1984 en 1938 gaf het rooms-katholieke kerkbestuur in Jutphaas opdracht voor de aanleg van verschillende gebouwen, die allemaal naast elkaar liggen op het grondgebied van het voormalige huis Zwanenburg. Het gaat hierbij om de St. Nicolaaskerk (RM) met kerkhof, de bijbehorende pastorie, het klooster met meisjesschool St. Franciscusgesticht (nu de Lantaern), de jongensschool St. Nicolaas, de Onderwijzerswoning (GM), en de Kosterwoning (GM).

Veel gemeentelijke monumenten zijn terug te vinden in de oude handelskern Vreeswijk en tonen de ontwikkeling van Vreeswijk tot handelskern. De Tolgaarder aan Dorpsstraat 2 staat op de plek waar vanaf de 17e eeuw het tolhuis heeft gestaan. Deze tol was opgericht om de herbouw van de door de Fransen verwoeste hervormde kerk te kunnen betalen. De panden aan de Dorpsstraat 35, 36 en 37 zijn respectievelijk gebouwd voor koopman Krijn de Jong, H.J. Sparenburg, logementhouder van de Nederlandsche Stoombootmaatschappij, en Walraven Robert, baron Heeckeren van Brandenburg, ontvanger te Vreeswijk. Dorpsstraat 55, met de markante knik in de gevel, is een voormalige mastenmakerij. De panden aan de Oude Sluis 1, 2, 5, 6 zijn als woning met winkel gebouwd. Oude Sluis 21 is de voormalige bewaarschool (met overdekte speelplaats!).