Nieuwegein is een jonge gemeente, in 1971 als groeikern ontstaan na samenvoeging van Jutphaas en Vreeswijk. Beide dorpen kennen een lange geschiedenis. Het grondgebied van de huidige gemeente is voor het grootste gedeelte ontstaan uit de gerechten Vreeswijk, Jutphaas en het Gein. De oorsprong ligt in de Middeleeuwen.

Jutphaas is ontstaan als ontginnersdorp, waarvan de kern zich verplaatst heeft van het Kerkveld naar de Vaartse Rijn. Vreeswijk en het Gein zijn te kenmerken als respectievelijk sluis- en tolhavendorp. Beiden zijn nederzettingen aan rivierhavens geweest. Oorspronkelijk bestond Jutphaas uit de gerechten Nedereind, Overeind en het mini-gerecht Rijnhuizen. Na de opheffing van het gein in 1798 kwam het grondgebied bij de nieuwe gemeente Jutphaas. Deze gemeente kende zijn grootste omvang tussen de jaren 1812-1818, toen Oudenrijn, Papendorp, Galecop, West- en Oostraven en Heicop erbij hoorden. De huidige gemeente Nieuwegein omvat naast de genoemde gerechten delen van de voormalige gerechten Galecop, West- en Oostraven en Wulven. De grenzen van Vreeswijk zijn tot de samenvoeging met Jutphaas in 1971 ongewijzigd gebleven. Hieronder staat meer informatie over de geschiedenis van Nieuwegein.

Op www.regiocanons.nl/utrecht/regio-zuidwest/nieuwegein kan je uitgebreide informatie vinden.

'Nieuwegein' is een geconstrueerde naam, die bij de samenvoeging in 1971 aan de gemeente is gegeven. het is een neologisme, ontleend aan het voormalige goed Oudegein, dat op de grens van de gerechten het Gein, Vreeswijk en Jutphaas was gelegen. Om het nieuwe karakter van de gemeente te laten versmelten met de historie, is 'Nieuwegein' bedacht. 

Wapen van Nieuwegein

Zowel Jutphaas als Vreeswijk zijn in de negentiende eeuw een burgerlijk heraldisch wapen toegekend. Bij Koninklijk Besluit van 4 maart 1972 is aan de gemeente Nieuwegein een geheel nieuw gemeentewapen toegekend waarin water (Lek, Vaartse Rijn, Amsterdam-Rijnkanaal) met een gestileerde burcht (Oudegein) is gecombineerd. De officiƫle omschrijving van dat wapen, luidt als volgt:

"Doorsneden": In keel drie gekanteelde torens van zilver, verlicht van sabel, de middelste hoger en breder dan de twee andere, verbonden door gekanteelde muren van zilver. Golvend gedwarsbalkt van zilver en azuur van acht stukken. Het schil bedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee parelen."

Het wapen is afgeleid van zegels van de stad Geyn. De burcht stond op die zegels, net als het wapen van ridderhofstad Oudegein. Daarop waren de kroon en de golven te zien.

Het grondgebied van Nieuwegein is bij uitstek een door de rivieren (Neder)Rijn-Lek en IJssel gevormd landschap. Geograrisch gezien maakt het onderdeel uit van het Krommerijngebied, een vlak rivierenlandschap gevormd door de Rijn.

De eerste archeologische bewijzen voor bewoning zijn gevonden in de Nedereindse Plas (nu grondgebied van Utrecht) en dateren uit de Midden-Oude Steeentijd. Materiaal uit de Brondstijd is schaars. Uit de late IJzertijd en/of de Romeinse tijd zijn meerdere nederzettingen gevonden, die enkele eeuwen hebben bestaan. De dorpen waren uiterst klein en lagen op de stroomruggen. In de Romeinse tijd behoorde het gebied officieel tot de Romeinse provincie Neder-Germaniƫ, die in het noorden werd afgesloten door de "limes", de riviergrens waar Romeinse forten worden gebouwd.

Het grondgebied van Jutphaas behoort tot de zogeheten nieuwe ontginningen, die vanuit de eng van de oude dorpskerken ontstonden.