Grondwater

Grondwater – de naam zegt het al – is water onder het grondoppervlak. Bij grondwater denkt men vaak aan water in de bodem dat net zo hoog staat als het water in de sloot. Daarboven is het droog, daaronder is het nat. Maar zo simpel is het niet.

Grondwater in dorpen en steden maakt onderdeel uit van een ingewikkeld watersysteem. De grondwaterstand verandert daarom van plaats tot plaats. Het grondwater ontstaat voornamelijk uit regenwater dat in de bodem zakt. Regenwater dat op daken, de straat en het trottoir valt, stroomt vaak samen met het vuile water weg via de riolering onder de grond naar de rioolwaterzuivering.

Soms wordt het schone regenwater van daken en wegen direct afgevoerd naar het oppervlaktewater. Het oppervlaktewater is het water dat u kunt zien in de sloten en vijvers. Regenwater dat in de tuin, op grasvelden of in het duin valt, verdwijnt in de bodem. Dit regenwater wordt dan het grondwater: water dat zich in de bodem bevindt.

Meestal merken we niets van grondwater. Maar bijvoorbeeld een te hoge grondwaterstand kan vervelend zijn als u in de kruipruimte wilt werken of als de tuin drassig is. Grondwater kan dan voor serieuze vochtoverlast in de woning zorgen en beschadigingen veroorzaken aan bijvoorbeeld funderingen en houten vloeren.

De gemeente Nieuwegein heeft een zorgplicht voor grondwater in het openbare gemeentelijke gebied. In Nieuwegein wordt daarom de grondwaterstand gemeten met 96 peilbuizen verspreid over de hele gemeente.

U kunt de grondwaterstanden in Nieuwegein bekijken op een kaart. Hierop ziet u de peilbuizen waar grondwaterstanden worden gemeten. Door op een symbool te klikken komt de grafiek met de grondwaterstanden van de geselecteerde plek naar voren. Rechts van de kaart staat de legenda met de uitleg van de symbolen en de grafiek.

Wanneer de grondwaterstand te hoog of te laag is, kunnen er problemen ontstaan. Bijvoorbeeld vochtoverlast in uw huis, of bomen die niet meer goed groeien. Bij te lage grondwaterstanden kunt u bijvoorbeeld denken aan problemen met de fundering door houten funderingspalen die gaan rotten. Om vast te stellen of er sprake is van structurele overlast, toetst de gemeente Nieuwegein de situatie aan een aantal definities.

Definitie structureel te hoge grondwaterstand

Een grondwaterstand is structureel te hoog als deze, ten minste voor 3 opeenvolgde jaren, voor meer dan 30 aaneengesloten dagen per jaar het criterium overschrijdt of uit grondwateronderzoek naar de oorzaak van grondwateroverlast blijkt dat de grondwaterstand structureel te hoog zal zijn. Als criterium voor de grondwaterstand hanteren we de waarden uit de tabel hieronder.

Definitie structureel te lage grondwaterstand

Een grondwaterstand is structureel te laag als deze, ten minste voor 3 opeenvolgende jaren, voor meer dan 10% van de tijd per jaar het criterium onderschrijdt of uit grondwateronderzoek naar de oorzaak van grondwateronderlast blijkt dat de grondwaterstand structureel te laag zal zijn. Als criterium voor de grondwaterstand hanteren we de waarden uit de tabel hieronder.

In de onderstaande tabel ziet u de minimale en maximale streefwaarden van de grondwaterstand per gebruiksfunctie.

Streefwaarden grondwaterstand
GebruiksfunctieMaximale grondwaterstand*Minimale grondwaterstand**
Bebouwing met kruipruimte0,9 m onder vloerpeil, uitgaande van een kruipruimte tot 0,5 m onder vloerpeil0,3 m onder het oppervlaktewaterpeil in de wijk
Bebouwing zonder kruipruimte0,5 m onder vloerpeilidem
Tuinen0,5 m onder maaiveldidem
Industriegebieden0,5 m onder vloerpeilidem
Wegen:
Primair
Secundair
1,0 m onder wegas
0,7 m onder wegas
idem
idem
Overig verhard openbaar gebied0,5 m onder maaiveldidem
Overige perceelsfunctiesMaatwerkMaatwerk
*Maatstaf voor overlast: grondwaterstand is gedurende minstens 30 aangesloten dagen per jaar hoger dan de streefwaarde.
**Maatstaf voor onderlast: grondwaterstand onderschrijdt de streefwaarde voor 3 opeenvolgende jaren, voor meer dan 10% van de tijd per jaar.

Er zijn meerdere partijen die een gedeelde verantwoordelijkheid hebben voor het grondwater: de perceeleigenaar, de gemeente en het waterschap. Hier leest u wat ze doen.

De perceeleigenaar

  • is verantwoordelijk voor het droog houden van de grond waarop zijn/haar huis staat. Hij/zij is verantwoordelijk voor de bouwkundige staat en het onderhoud van het huis. Volgens bouwvoorschriften moeten kelders en de onderkant van het huis waterdicht zijn. De eigenaar is ook verantwoordelijk voor het op de juiste hoogte houden van de tuinen en de kruipruimtebodem. Hij/zij is verantwoordelijk voor het oplossen van grondwateroverlast op eigen terrein, tenzij een ander aantoonbaar de overlast veroorzaakt.
  • houdt bij een verlaging van de grondwaterstand rekening met het gemeentelijke beleid en zorgt ervoor dat er geen overlast of schade ontstaat bij de buren.

De gemeente Nieuwegein

  • zorgt voor het grondwaterbeheer in openbaar gebied.
  • gaat in het openbaar gemeentelijk gebied de structurele nadelige gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden tegen, wanneer dit doelmatig en effectief is.
  • heeft daarbij de plicht haar best te doen.
  • neemt naar aanleiding van klachten over (grond)wateroverlast het initiatief om de oorzaak van de overlast te onderzoeken. De gemeente kan in overleg met de perceeleigenaar het teveel aan grondwater afvoeren naar de openbare ruimte.
  • zorgt dat particulieren hun grond- en bemalingswater kunnen lozen op het gemeentelijke riool, als dat noodzakelijk is. Voor lozingen op het riool is een vergunning nodig die de gemeente kan afgeven.
  • zorgt voor de aanleg en het onderhoud van drainage in het openbaar gebied, als dit bij structurele overlast noodzakelijk blijkt.

Het waterschap (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden)

  • is verantwoordelijk voor het meeste oppervlaktewater. Omdat grond- en oppervlaktewater elkaar kunnen beïnvloeden, heeft het waterschap ook een rol in het beheer van het ondiepe grondwater. Het waterschap bepaalt de waterpeilen in het beheergebied en legt dit vast in een peilbesluit. In de toelichting van zo’n peilbesluit gaat het waterschap de effecten na van het waterpeilbeheer op de grondwaterstand.
  • is verantwoordelijk voor de afvoer van grond- en bemalingswater via vijvers en sloten. De voorwaarde is wel dat het aangeboden grondwater schoon is en het oppervlaktewatersysteem het kan verwerken. Voor lozingen op vijvers en sloten heeft u een vergunning nodig, die het waterschap verstrekt.
  • is verantwoordelijk voor het leveren van kennis en advies (op het gebied van oppervlaktewater en ondiep grondwater), zowel bij bouwprojecten als bij ruimtelijke ontwikkelingen.
  • verleent vergunningen voor grondwateronttrekkingen kleiner dan 150.000 m³/jaar en voor alle bronbemalingen.

Wanneer u vochtoverlast heeft, kunt u een melding doen via telefoonnummer 14 030. Wij zullen de situatie vervolgens beoordelen. Maatregelen in de openbare ruimte overweegt de gemeente alleen wanneer de grondwaterstand structureel te hoog of te laag is. Daarnaast moeten de maatregelen doelmatig en effectief zijn. Dat wil zeggen dat de kosten in verhouding staan tot de baten en dat de maatregelen ook daadwerkelijk bijdragen.

Wilt u meer informatie of heeft u vragen over grondwater, dan kunt u contact opnemen met Kees van Dorst via telefoonnummer 14 030.