Een familieschool: wat is dat?

De verschillen tussen kansen die kinderen en jongeren krijgen, worden steeds groter. Het ene gezin heeft geen geld voor bijles, het andere wel. Bij deze kansenongelijkheid zien onderzoekers dat het voor schoolkeuze en -loopbaan steeds meer uitmaakt uit welk gezin je komt. Ook al is het ene kind even slim als het andere kind.

Drie scholen in de Centrale As van Nieuwegein willen deze kansenongelijkheid verminderen: De Schouw, Beatrixschool en De Schakel. Ze willen kinderen een grotere wereld bieden, zodat die zich beter kunnen ontwikkelen en meer uit hun leervermogen en leven kunnen halen en de kloof tussen school, thuis en wijk te verkleinen. Samen met hen wordt de familieschool in Nieuwegein verder vormgegeven.

Verschillen in kansen

Mensen maken onderscheid tussen mensen op basis van verschillen in hun sociale en culturele 'kapitaal'. Zo ook onderwijsprofessionals en beleidsmakers. Dat is de conclusie van Tim 'S Jongers, die het boek 'Armoede uitgelegd aan mensen met geld' schreef. Maar niet alleen meer of minder geld zorgt voor een kloof of verschil in kansen. Ook hoe je praat, de gewoonten en tradities van je familie, de groepen waartoe je behoort en de contacten die je hebt, en de normen en waarden die je deelt. Tim noemt ook een andere reden die de kansenkloof vergroot. Instantiekapitaal: weten hoe overheidsinstanties werken en wanneer ze je kunnen helpen.

Familieschool als kloofverkleiner

Willen we de kloof verkleinen, dan kunnen scholen samen met ouders en wijkpartners het economisch, cultureel, sociaal, professioneel en psychologisch kapitaal van gezinnen versterken. Zeker omdat de school een vertrouwde plek is waar leerkrachten de kinderen veel zien en direct kunnen inspelen op wat het kind en de ouders nodig hebben.

“Onze primaire taak is onderwijs geven,” vertelt Floris Velis, directeur van basisschool de Schouw, gelegen in de Centrale As van Nieuwegein. “Maar als enige school in de buurt, zijn we ook een plek waar mensen uit de wijk makkelijk binnenlopen. Dat geeft kansen om dit een plek te laten zijn waar mensen hulp kunnen vinden. Waar ze zich veilig voelen om initiatief te nemen, of om te zeggen: ik weet even niet hoe ik verder moet. Zo hielp onze onderwijsassistent laatst een ouder op weg naar de Voedselbank. Dat is niet onze hoofdtaak, maar een lege maag heeft wel invloed op hoe een kind in de klas zit - en dus hebben wij er baat bij. We bewegen eigenlijk van school naar wijkschool of familieschool.”

Verlengen van veiligheid

Joyce Mackaaij – directeur van scholengroep Fluenta, waartoe de Beatrixschool behoort – is ook onderdeel van die beweging. Ze wil met de 3 scholen werken aan 1 gezamenlijke visie op het familieschoolconcept. Met ruimte voor onderlinge verschillen, zodat ouders ook te kiezen hebben. “We groeien uit tot een ontmoetingsplek waar kinderen en ouders veiligheid mogen ervaren,” zegt ze. Daarbij denkt ze ook aan kinderen die zich thuis minder fijn of veilig voelen: de schooldag kan dat veilige gevoel verlengen. Hoe die verlengde schooldag er precies uit gaat zien, ligt nog open. Een projectleider begeleidt de ontwikkeling: “We nemen de inbreng vanuit wijken en uitvoerende teams mee en bespreken bijvoorbeeld met de medewerkers zoals leerkrachten wat kan werken. Alleen al die gezamenlijke verkenning is heel waardevol”, benadrukt Joyce.

Zonder partners geen familieschool

Op de scholen zijn al mooie initiatieven gestart. Een brugfunctionaris, een actieve ouderraad die zich inzet voor gezonde voeding, en praktische initiatieven zoals een lees- en kledingmarkt. Maar hoe zet je je als basisschool duurzaam in voor een grote missie als het verkleinen van kansenongelijkheid? 

“De maatschappelijke opdracht kan niet volledig bij scholen liggen’, bevestigt Joyce. "Daarom denken we in 2 sporen: ouders zo versterken dat ze zelf kunnen handelen, én nu al faciliteren voor het kind. Ouders kunnen de route naar instanties niet vinden, dus dat is waar gezinnen vastlopen – zeker wanneer taal een drempel vormt. We zien dat ook terug in de vragen die we van ouders krijgen. Ook als we zelf niet de juiste plek zijn voor ondersteuning: doorverwijzen lukt eigenlijk altijd. De familieschool kan een wegwijzer zijn.”

Ook Floris benadrukt dat de school dit niet alleen kan, en nodigt uit: “Die kinderen die 's ochtends niet kunnen ontbijten, starten anders dan andere kinderen. We willen dat ieder kind zijn kansen kan ontplooien. De overheid kan wel zeggen: op school moet hiervoor meer aandacht komen, maar er ligt al veel druk bij scholen. Daarom hebben we partners nodig. We kunnen alleen een ontmoetingsplek en familieschool worden met de hulp van vele mensen en partners die hier nodig en welkom zijn.”